Het zenleven van Martine des Tombe

In deze rubriek wordt aan de hand van vijf vaste vragen iemand geportretteerd die mediteert op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen. Dit keer Martine des Tombe, 55 jaar, uit Diever. Ze is musicus en mediteert sinds 2011.

Het zenleven van Martine des Tombe

Martine des Tombe

Wat bracht je ertoe om zen te gaan beoefenen?

Dat is een lang verhaal, maar om het kort te vertellen: ten tijde van een instorting heeft een leidinggevende op mijn (toenmalige) werk me aangeraden om een boek van Eckhart Tolle te lezen. Ik verwachtte er niks van en had zelfs forse weerstand tegen ‘dat zweverige gedoe’. Toen ik een video van Tolle zag bleek er niks zweverigs aan te zijn en ik werd gegrepen door de manier van kijken naar je gedachten en je reacties op wat je dagelijks zoal tegenkomt. Die bewustwording heeft me enorm veel gebracht. Twee jaar later kreeg ik behoefte aan meer en deed ik een cursus mindfulness. Daarna wilde ik doorgaan met mediteren en heb ik een plek gezocht niet al te ver van mijn huis. Ik kwam terecht op de Weesperzijde bij Maurits Hogo Dienske en daar ben ik gebleven. Ik heb dus niet erg bewust voor zen gekozen, maar ik ben het tegengekomen en gebleven.

Waar en bij wie mediteer je?

Ik heb dus vijf jaar bij Maurits Hogo Dienske in Amsterdam gezeten, en sinds ik vorig jaar naar Diever ben verhuisd zit ik iedere maandagavond op de Noorder Poort. De avonden worden beurtelings geleid door Myoko Sint en Tozan Timmer.

De afgelopen jaren heb ik regelmatig sesshins, weekenden of werkweken gevolgd op de Noorder Poort. Toen ik naar Diever verhuisde dacht ik dat ik lekker vaak naar sesshins zou kunnen gaan, maar gek genoeg ben ik nog niet één keer geweest… Dat heeft voornamelijk te maken met het feit dat ik geen oppas voor mijn oude hond heb, dus dat is een tijdelijk gegeven. Ik doe ook mee aan het Zenleven Thuistraject dat in maart gestart is bij de Noorder Poort.

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Ja…wie of wat niet, zou ik bijna zeggen. Maar als ik denk aan menselijke leraren dan denk ik weer eerst aan Eckhart Tolle. Ik word nog steeds geraakt door de manier waarop hij over stilte praat, en door de humorvolle en voor mij herkenbare manier waarop hij ons geploeter kan beschrijven. Dan is er natuurlijk Maurits. Vijf jaar lang heb ik hem wekelijks horen praten, en ik mis zijn aanwezigheid en toespraken nog steeds. Gelukkig neemt de zengroep in Utrecht de toespraken van Maurits op en zet ze op hun website. Ik luister er graag naar. Op de Noorder Poort is het natuurlijk Jiun roshi, die ik door toeval nog maar weinig echt ontmoet heb als leraar, maar nu in het Zenleven Thuistraject wel regelmatig. En Tozan en Myoko natuurlijk.

Maar bovenal vind ik veel inspiratie in de natuur. Ik kijk naar een torretje en voel me verbonden. Het torretje doet wat het moet doen. Niet meer, niet minder. Tegenslag ondergaat het, maar het zal alles doen om weer verder te komen. Ongehinderd door gedachten over de gebeurtenis. Leerzaam.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Dit vind ik een hele moeilijke vraag. Ik ben er niet op die manier mee bezig geloof ik. Mijn hoofd werkt nogal associatief, en begrippen en rijtjes zoals er nogal wat zijn in het boeddhisme blijven niet gemakkelijk haken. Er zijn wel elementen die me bezighouden, zoals het zelf, of beter de afwezigheid ervan. Angstaanjagend en heerlijk tegelijk. Iets anders dat me fascineert is het ik en de ander of het ik en het ander.

Ik vroeg ooit aan Koshin, die toen op de Noorder Poort woonde: Koshin, wat doe jij als er een mug bij je komt in de zendo. Koshin zei: ik wens hem een goede maaltijd.

Maurits vertelde een keer: als je soms vervelende gedachten hebt over willekeurige mensen die je tegenkomt op straat, kun je innerlijk zeggen: ik wens je het allerbeste. Probeer het maar eens!

Hoe ziet jouw zenleven eruit? Hoe werkt je zenbeoefening door in je dagelijks leven?

Ik probeer dagelijks vijfentwintig minuten te zitten. Dat lukt niet altijd, maar ik streef ernaar. Ik heb een hoekje in mijn slaapkamer dat sinds een paar maanden ingericht is als meditatieplek. Dat bevalt heel goed. Daarnaast ga ik naar de maandagavondcursus op de Noorder Poort en doe ik dit jaar ook de Basiscursus van het Zenleven Thuistraject. Dat bevalt heel goed, al vind ik dat ik er meer aan zou kunnen doen. Op dit moment ben ik veel bezig met mijn moestuin en lees daar ook veel over. Ik ben ervan overtuigd dat de moestuin ook kan bijdragen aan mijn zenleven.

De ontwikkeling die ooit met Eckhart Tolle is begonnen gaat gewoon door. Soms gebeurt er tijden niks en dan is er plotseling een inzicht, een nieuw gevoel of juist een afwezigheid van iets waar ik eerder last van had. Het contact met mijn moeder is bijvoorbeeld veel beter geworden. Dat vind ik heel waardevol.

Het zenleven van Rudy Koetsier

In deze rubriek wordt aan de hand van vijf vaste vragen iemand geportretteerd die mediteert op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen. Dit keer Rudy Koetsier, 46 jaar, uit Zwolle. Hij werkt in de ICT en mediteert sinds 2000.

Het zenleven van Rudy Koetsier

Rudy Koetsier

Wat bracht je ertoe om zen te gaan beoefenen?

Ik had lang geleden, aan het eind van mijn tienerjaren, wel eens iets gelezen over zen. Het sprak me aan, al vind ik het moeilijk om te zeggen waar ik precies door geraakt werd. Toen ik net was terugverhuisd naar Zwolle, zag ik een aankondiging van een lezing over zen in het wijkcentrum van mijn nieuwe buurt. Dat vond ik een prima gelegenheid om dat wijkcentrum eens van binnen te zien én  iets meer over zen te horen. Die lezing werd gehouden door Ben Oosterman en het was eigenlijk een vrij kort verhaal, maar met de uitnodiging om eens op een dinsdagavond naar zijn meditatie-avond te komen. Dat heb ik dus gedaan.

Waar en bij wie mediteer je?

Ik heb dus altijd in de meditatiegroep in Zwolle gezeten, door alle wisselingen heen. Die werd eerst geleid door Ben Oosterman, en toen die overleed is de groep een tijdje geleid door Ans van Gurp met nog twee anderen, en de laatste vijf jaar door Myoshin Zeitler en Myoko Sint. Toen ik eraan begon had ik met mezelf afgesproken dat ik het tot de zomervakantie zou doen, maar aan het eind van de zomervakantie bleek ik het echt te missen en keek ik ernaar uit dat het weer zou beginnen. Dat is denk ik de reden dat je het volhoudt, dat je merkt dat je het mist als je het niet doet. Al is het moeilijk uit te leggen wat ik dan mis. Het is in elk geval fijn om in een groep te mediteren; het kan ook in je eentje maar in een groep is echt fijner.

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Er zijn wel mensen die ik als voorbeeld beschouw, en één daarvan is zeker mijn vader. Dat is een man die heel rustig en evenwichtig is, alles van alle kanten bekijkt. Een ander voorbeeld? Dat vind ik moeilijk, hoor. Ik zoek het niet in andere mensen en heb dus ook eigenlijk geen leraren nodig.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Dat vind ik ook een moeilijke vraag. Compassie vind ik een mooi begrip; dat zou ik ook zeker willen ontwikkelen.

Hoe ziet jouw zenleven eruit? Hoe werkt je zen-beoefening door in je dagelijks leven?

Die meditatie-avond is voor mij altijd een moment waarop ik tot rust kan komen. Ook brengt het me ertoe om wat meer van een afstand naar mijn reacties te kijken en die soms bij te sturen. Bijvoorbeeld als ik in de file sta. Dan kan ik even kwaad worden op al die andere mensen die me in de weg staan, maar dan zie ik meteen hoe onzinnig dat is: zij staan óók in de file, net als ik. En dan verdwijnt die kwaadheid en kan ik verder rustig in mijn auto zitten tot ik weer verder kan.

Het zenleven van Gea de Vries van Gunst

In deze rubriek wordt aan de hand van vijf vaste vragen iemand geportretteerd die mediteert op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen. Dit keer Gea de Vries-van Gunst, 48, wonend in Leeuwarden en intensief trainend in het Dharmahuis bij Anshin Tenjo osho. Ze mediteert sinds 2000 en volgt vanaf 2014 de zenweg.

Gea de Vries

Het zenleven van Gea de Vries

Wat bracht je ertoe om zen te gaan beoefenen?

Mijn zenweg begon in 2014 met de volgende vraag aan zenleraar Anshin Tenjo Schröder: “Mag ik bij u komen mediteren en kan dat wel? Ik volg als christen namelijk een andere methode, maar na het wegvallen van mijn man durf ik niet meer alleen te mediteren, en in Leeuwarden heeft de World Community of Christian Meditation (WCCM) geen groep waar ik naartoe kan”.

 

Ik mediteerde al vanaf 2000 op de manier die door WCCM wordt aanbevolen: elke ochtend en avond 30 minuten mediteren, waarbij de aandacht gericht wordt op, bij voorkeur, één woord.

In 2009 heb ik een ernstig ongeval gehad, waaraan ik beperkingen heb overgehouden. Ik was in die tijd nog samen met mijn man, ik was druk met het herstel van mijn ongeval en met de uitdaging om tóch binnen de zorg aan het werk te kunnen blijven. Door dit alles lag mijn focus op dat moment niet bij meditatie, al probeerde ik met vallen en opstaan wel om het dagelijkse ritme ervan in stand te houden.

 

Na het overlijden van mijn man in 2013 merkte ik al snel een behoefte om dieper te gaan in de meditaties, om meer een geestelijke weg te gaan. Binnen de christelijke traditie viel ik hierbij vooral terug op de oude woestijnvaders. Maar deze waarschuwden ook nadrukkelijk dat het gaan van de geestelijke weg niet zonder risico is en dat het wijs is om iemand te zoeken die je op die weg kan begeleiden. Door mijn beperkingen was ik daarbij aangewezen op mijn eigen omgeving, en dat is Leeuwarden. En zo kwam ik dus begin 2014 bij Anshin Tenjo Schröder terecht.

 

Het volgen van de aanbevolen methode van WCCM had mij al zeer veel gebracht. Wat zen inhield, daar was ik eigenlijk niet mee bezig. Maar toen ik begon met tellen van de ademhaling, ontdekte ik dat de manier die door Tenjo werd  aangereikt mij veel verder, veel dieper bracht.  En vanuit deze ervaring groeide ook mijn belangstelling voor het boeddhisme, want ook dat was voor mij geheel nieuw. Ik begon te merken dat het zenboeddhisme me steeds dierbaarder werd. Zozeer zelfs dat er tijdens een gesprek met Tenjo uit mijn mond rolde: “Ik heb mijn toevlucht gezocht in de sangha en in de dharma…” – maar ik durfde toen nog niet toe te geven dat ik ook mijn toevlucht in de Boeddha had gezocht. Die uitspraak heeft veel in beweging gezet….

Waar en bij wie mediteer je?

Ik mediteer vooral bij Anshin Tenjo Schröder in het Dharmahuis te Leeuwarden. Ook volg ik verschillende zenprogramma’s op de Noorder Poort. Voorzichtig opbouwend ben ik begonnen met daily life sesshins, vervolgens heb ik een aantal go-sesshins gedaan en het afgelopen jaar heb ik voor het eerst meegedaan met een dai-sesshin.

Pietro Peregino, De heilige Benedictus (ca 1495)

Pietro Peregino, De heilige Benedictus
(ca 1495; Vaticaans Museum)

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Vanuit mijn christelijke traditie ervaar ik vooral Christus als mijn leraar. Ook de Heilige Benedictus is voor mij een belangrijke leraar, daar ik vanaf 2000 volgens zijn regel ben gaan leven met behulp van het boekje “Regel van Benedictus: een levensregel voor beginners”. Binnen de boeddhistische traditie beschouw ik de historische Boeddha ook als mijn leraar. Hij is voor mij als het ware de “boeddhistische H. Benedictus”.

Toen ik ontdekte dat ik schijnbaar twee religieuze tradities te volgen heb (want zo voelt dat), heeft zuster Elisabeth Dinnisen, trappistin van de gemeenschap van abdij Koningsoord en zenmeester, mij verder geholpen op de zenweg middels een aantal persoonlijke gesprekken.

Maar nu, op mijn weg binnen de zenboeddhistische traditie, ervaar ik natuurlijk vooral Tenjo als mijn leraar. En tijdens de sesshins op de Noorder Poort zijn vooral Jiun roshi en soms ook  Tetsue roshi dat voor mij.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Wat mij vooral aanspreekt binnen het boeddhisme is het gaan van de middenweg. Dus niet alleen een gericht zijn op wijsheid, maar ook oog of gevoel houden voor mededogen. Ook H. Benedictus staat binnen de christelijke kloostertraditie bekend om het bewandelen van de middenweg. Misschien spreekt het mij daarom aan. Ook het begrip boeddhanatuur spreekt mij aan. Het begrip verwijst voor mij naar wat de Boeddha noemde het ongeborene, het ongewordene, het ongemaakte, het ongeconditioneerde. Het is een begrip dat voorbij alle woorden, beelden, concepten en tradities gaat, of in Meister Eckhart’s woorden: dat met alle namen en geen enkele naam te noemen is.

Hoe ziet jouw zenleven eruit?

Na een intense ervaring tijdens een meditatie is mijn leven op de zenweg zich nu snel aan het verdiepen en ben ik stevig “wortel aan het schieten” binnen de zenboeddhistische traditie. Er is in mij een verlangen ontstaan om als unsui te trainen bij Tenjo. Vanaf begin oktober tot en met december ben ik aan het onderzoeken of dat inderdaad mijn weg is. Ik zal geen unsui worden op de Noorder Poort ,omdat dit door mijn beperkingen niet mogelijk is. Mocht uit dit onderzoek blijken dat unsui worden inderdaad mijn weg is binnen het zenboeddhisme, dan zal ik deze training mogen ontvangen van Tenjo in het Dharmahuis te Leeuwarden.

Mijn dank voor het kunnen gaan van deze weg geldt natuurlijk vooral Tenjo en Jiun roshi. Vanzelfsprekend gaat mijn dank ook uit naar de WCCM, want zonder hen was ik nooit met mediteren begonnen. En ten slotte  ook naar mijn oudkatholieke gemeenschap, met name naar aartsbisschop monseigneur Joris Vercammen. Want ook hij heeft mij aangemoedigd de zenweg verder te gaan en mij op die manier dieper te verbinden met beide religies, waarmee hij echter niet gezegd wil hebben dat beide zomaar gelijk te schakelen zouden zijn. In december ontvang ik van hem dan ook het H. Vormsel, want ik ben Christen. En in februari neem ik de lekengeloften en ben daarmee ook boeddhist. Misschien op termijn gevolgd door een ordinatie als unsui.

Het zenleven van Cees de Wit

In deze rubriek wordt aan de hand van vijf vaste vragen iemand geportretteerd die mediteert op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen. Dit keer Cees de Wit, 75, wonend in Heerenveen, werkzaam als vrijwilliger op de Noorder Poort als hoofd van de Technische Dienst. Hij oefent al meer dan dertig jaar zen.
De opzet is overgenomen van het blad Zensor, een uitgave van Zencentrum Amsterdam.

Het zenleven van Cees de Wit

Cees de WitWat bracht je ertoe om Zen te gaan oefenen?

Als jongeman, pas getrouwd, was ik lid van de Theosofische vereniging in Leeuwarden. We lazen meestal teksten die we dan op besloten bijeenkomsten met elkaar bespraken. Ook waren er openbare bijeenkomsten waarvoor interessante sprekers werd uitgenodigd. Al met al waren het interessante en inspirerende bijeenkomsten, maar voor mij bleef het te veel steken op het mentale vlak. Ik had niet het gevoel dat ik zelf groeide of wijzer werd.

 

In 1973 kreeg ik werk in Heerenveen. Daar zag ik in het tijdschrift Bress Planet een advertentie van de Theresia-hoeve in Langenboom, over een zen-retraite van vier dagen. Ik had denk ik wel eens wat over zen gelezen en afbeeldingen gezien hoe je moet zitten enz. Ik heb me toen voor deze retraite opgegeven.

Om van Heerenveen naar Langenboom te komen was nog een probleem, ik had nog geen auto, en openbaar vervoer vond ik te duur. Ik ben er toen op de fiets naartoe gegaan. Nou, dat heb ik geweten: zo’n 190 km, en ongetraind. De heenweg heb ik in twee etappes gedaan en de terugweg in één keer.

 

Ik had geen zen-ervaring, maar ik had gezien dat je met gekruiste benen (volle lotushouding) moest zitten. Dat heb ik dan ook vier dagen gedaan. Ik denk dat ik zo’n beetje de enige was. Na afloop had ik blauwe enkels.

 

Ondanks deze pijnlijke kennismaking bracht het ook iets wat zich niet zo gemakkelijk laat benoemen, maar wat voor mij nog steeds een drijfveer is om met zen bezig te zijn. De inzichten die het geeft ontstaan vaak via een onverwachte omweg en zijn voor mij van praktische toepassing in het dagelijks leven. Ik heb er bijvoorbeeld van geleerd om wat dieper te kijken voor ik ergens een besluit over neem. En ik kan ook veel beter naar mensen luisteren, omdat ik veel minder aan mijn eigen visie hecht. Door zen is dat soort dingen bij mij in de loop der jaren op een natuurlijke wijze gegroeid.

Waar en bij wie mediteer je?

Ik mediteer nu op de Noorder Poort, waar ik ook vrijwilliger ben bij de technische dienst. Eerst onder leiding van Prabhasa Dharma zenji, en na haar overlijden onder leiding van Jiun Hogen roshi.

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Hen beschouw ik nog steeds als mijn leraren, en verder is elke ontmoeting voor mij een leermoment.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Metta of maitri (liefdevolle vriendelijkheid) spreekt mij het meeste aan. In alle oprechtheid toegepast neemt het de tegenstellingen tussen mij en de ander of het andere weg.

Hoe ziet jouw zenleven er uit?

Mijn zen-leven is mijn dagelijkse leven.

Een paar keer per jaar doe ik een sesshin onder leiding van Jiun roshi. In 1990 heb ik de boeddhistische geloftes gekregen van Prabhasa Dharma zenji. Mijn boeddhistische naam werd toen Dharma Pala, wat Beschermer van de waarheid betekent. Dat zie ik nog steeds als een opdracht.

Verder beoefen ik ook Kyudo, een traditionele Japanse vorm van boogschieten die je ook als een oefening in aandacht kunt zien. Maar zen, het zitten in meditatie, gaat voor mij toch veel dieper. Door zen heb ik zicht gekregen op wat er aan gedachten en emoties in me omgaat.

 

Ik ben nu 75 jaar oud, en ik ben blij dat ik nog steeds oog heb voor de vele mooie dingen die ik op mijn pad tegenkom.

Cees demonstreert Kyudo

Cees demonstreert Kyudo

Wil je ook voor deze rubriek geïnterviewd worden? Stuur een mail aan redactie@zenleven.nl.

Rubriek: het zenleven van

In deze rubriek wordt aan de hand van vijf vaste vragen iemand geportretteerd die mediteert op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen. Dit keer Tanja Wijgerde, 42, bestuurskundige, eerder eigenaar van een bedrijf dat mensen naar werk toe leidde, nu fulltime moeder van een kindje van bijna twee jaar en een baby van zeven maanden. Ze woont in Zwolle en beoefent sinds tien maanden zen.
De opzet is overgenomen van het blad Zensor, een uitgave van Zencentrum Amsterdam.

Het zenleven van Tanja Wijgerde

Tanja Wijgerde

Wat bracht je ertoe om Zen te gaan oefenen?

Eigenlijk was ik altijd al in spiritualiteit geïnteresseerd. Al heel jong besefte ik dat er meer is dan je met je zintuigen kunt waarnemen. Ik had een vriend die, toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, opende met: “Geloof je in God”? Ik antwoordde: “Niet in een god buiten ons, maar wel in een goddelijke vonk in ons”, en daarmee vonden we elkaar. Door die vriendschap ben ik heel erg aan het denken gezet en ook aan het lezen over allerlei spirituele stromingen: Madame Blavatsky, Boeddhisme, Rozenkruisers…. Op mijn 27e heb ik me bij die laatsten aangesloten. Maar op den duur vond ik ze te dogmatisch: wat in de boeken van de grondleggers staat geldt als dé waarheid. Maar ook toen ik geen lid meer was, bleef ik er wel mee bezig; ik neem bijvoorbeeld nog steeds ’s avonds de dag door, en vraag me dan af waarom ik deed wat ik deed en dacht wat ik dacht. Zo leer ik mezelf steeds beter kennen.
Wat me heel erg ging aanspreken in het Boeddhisme, is dat je iets pas als waarheid aanvaardt als je het zelf hebt onderzocht, zelf hebt ervaren. Maar ondanks dat ik er wel met mensen in mijn omgeving over kan praten, miste ik diepgang; ik kreeg behoefte aan een weg om te volgen. Ik heb toen gereageerd op een advertentie in de krant waar een introductiecursus zen werd aangeboden.

Waar en bij wie mediteer je?

Ik heb in januari de introductiecursus in Zwolle gedaan en mediteer daar nu in de groep die wordt begeleid door Myoko Sint en Myoshin Zeitler. Ik ga daar zeker mee door, maar zoek ook verdieping; ik heb me nu opgegeven voor een zenweekend op de Noorder Poort en ben van plan daar ook vaker naar toe te gaan. Met twee zulke kleine kinderen zal dat soms lastig zijn, maar die mogelijkheden komen er vast.

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Ik zou graag een leraar hebben, iemand die me helpt de weg te gaan. Bij wie ik met mijn vragen terecht kan. Dat zal zich de komende tijd wel ontwikkelen. Verder zie ik het leven zelf ook als een schoolklas, je ontmoet dingen die leerstof zijn, die je voor de vraag stellen: hoe ga ik hiermee om? Ik heb een paar jaar geleden een moeilijke tijd gehad, maar juist daarvan heb ik ook veel geleerd. Ik voel nu vaak dat, waar ter wereld ik ook word neergezet, ik de situatie aan zal kunnen. En ik ben niet meer afhankelijk van het oordeel van andere mensen.
Iets anders: ik houd er heel erg van om heel hoog in de bergen te wandelen, op plekken waar geen mensen komen. Op die wandelingen heb ik echt contact ervaren met de bergen, en dat bedoel ik zo letterlijk als ik het zeg. Op zulke momenten ben ik één met de berg, dan valt alles weg. Dát is echt leven.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Ik heb nog maar weinig boeken gelezen over het boeddhisme. Een boek dat ik mooi vond, is Het Hart van Boeddha’s Leer van Thich Nhat Hanh, en wat me daarin vooral aansprak is zijn uitleg over het functioneren van de geest: dat er zaden in je opslagbewustzijn aanwezig zijn en dat je zó wilt leven dat je de heilzame zaden, die je verder helpen in je ontwikkeling, zo goed mogelijk verzorgt en de onheilzame zaden laat verkommeren.

Hoe ziet jouw zenleven er uit?

Door mijn twee kindjes kan ik wat minder mediteren dan ik zou willen. Wel probeer ik oplettend te zijn in alles wat ik doe en onderzoek ik hoe ik denk en handel. Ik probeer ook mensen te zien zoals ze echt zijn, en niet meteen een groot oordeel over ze te hebben, negatief noch positief. Ieder mens heeft bepaalde bagage en reageert van daaruit. Ik merk dat als ik daar open voor sta, de oordelen die eerder opkwamen wegvallen. Maar dat lukt lang niet altijd.

Wil je ook voor deze rubriek geïnterviewd worden? Stuur een mail aan redactie@zenleven.nl.

Rubriek: het zenleven van …

Deze rubriek portretteert aan de hand van vijf vaste vragen iemand die op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen mediteert. Dit keer René Kres, 32, ondernemer in duurzame energie, woont in Rotterdam, oefent zen sinds 1998.
De opzet is overgenomen van het blad Zensor, een uitgave van Zencentrum Amsterdam.

 

Het zenleven van René Kres

ReneKresWat bracht je er toe om zen te gaan oefenen?
De ouders van mijn beste vriend op de middelbare school hadden thuis een zendo en beoefenden ook Japanse bloemschikkunst. Ik was meteen gefascineerd. Via hen kwam ik op de Noorder Poort terecht, eerst alleen of met mijn vriend, later ook jaarlijks met andere leerlingen van mijn school (de Kees Boekeschool). Na de middelbare school ben ik zes jaar leerling geweest van een kung fu- meester en studeerde ik tegelijkertijd sinologie. Toen ik daar wegging (ik was toen 25) heb ik de zentraining weer opgepakt. Sinds een jaar of drie komt daar steeds meer diepgang in. Ik ga steeds serieuzer mediteren; ik zit nu ook thuis en doe  intensieve retraites op de Noorder Poort.

Waar en bij wie mediteer je?

Ik zit in de wekelijkse groep in Rotterdam die is verbonden met de Noorder Poort, nu geleid door Maarten Vermeulen.  Verder werk ik één weekend in de maand op de Noorder Poort als vrijwilliger in de moestuin. Dat is meteen ook een weekend stilte en zenoefening. Daarnaast probeer ik elk jaar twee dai-sesshins (zevendaagse retraites) te doen.

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Ik beschouw Jiun roshi als mijn meester en doe ook alleen sesshins bij haar. Al leer ik natuurlijk ook van anderen, als ik op de Noorder Poort ben bijvoorbeeld van de bewoners. Maar zij zijn niet mijn leraren, dat is Jiun roshi.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Ik heb daar verschillende antwoorden op. Ik ben in mijn meditatie nu aan het oefenen met de hartsoetra. Jarenlang heb ik die tekst steeds gereciteerd zonder er verder veel aandacht aan te besteden, maar opeens ging het leven.  In zen trekt me verder vooral het stille, het woordloze, het mystieke. Plus het feit dat daar een concrete oefening aan is verbonden waarin zowel lichaam als geest belangrijk zijn. Daarnaast houd ik van de strenge vorm van zen. Voor mij is de Noorder Poort daardoor een plek waar ik serieus kan oefenen. Ik hoef niet in een kring met andere mensen spirituele liedjes te zingen: dat is heel gezellig, maar  gezelligheid heb ik al genoeg in mijn leven.

Hoe ziet jouw zenleven er uit?

Ik probeer steeds meer te leven vanuit het Boeddhisme. Vooral het oefenen met compassie, voor mezelf én voor anderen, beïnvloedt echt mijn leven. In de meditatie probeer ik alles te verwelkomen wat er in me opkomt, zonder veroordeling. Dat vind ik een fijne manier van oefenen. En het heeft ook effect. Als ik bijvoorbeeld ruzie krijg met mijn vriendin, dan trek ik me nu als het ware even in mezelf terug om te onderzoeken wat ik nou eigenlijk voel, wat de oorsprong is. Die zou ik zonder meditatie niet op het spoor komen. Gevolg is dat ik niet zo snel in een neerwaartse spiraal van emoties terecht kom. Als het toch misgaat, treed ik ook dat met compassie tegemoet. Want het gaat ook wel eens mis; het blijft oefenen.