Ik vond destijds dat zen en drank elkaar niet beten

Kido van der Meulen over de vijfde gelofte

De avond voordat ik stop met drinken, gaan alle remmen los. Na het gebruikelijke sixpack bier, volgt een fles tawny port. De dag erna heb ik een gruwelijke kater. Misselijk, beroerd, ziek. Ik wil me afmelden bij Centrum Maliebaan, waar ik probeer mijn drankgebruik te minderen. Maar ´s avonds een kerel, ´s ochtends een kerel. Ik besluit te gaan zitten. Midden in de felle pijn van de kater. Ik verdwijn erin. Vijfentwintig minuten later. Ik voel me nog steeds niet jofel, maar de misselijkheid en hoofdpijn zijn verdwenen. Ik ga naar mijn behandelaar. 

Ik neem mij voor geen verdovende middelen die het bewustzijn verwarren te gebruiken, noch anderen daartoe aan te zetten, maar mijn geest altijd helder te houden.

(de vijfde bodhisattvagelofte)

Als er één gelofte is geweest die ik heb overtreden, dan is het deze wel. Drinken en blowen. Waarom deed ik dat? Ik wilde ´groots en meeslepend leven´ en daar hoorde dat bij, vond ik. Het was voor mij ook een manier om te ontspannen en om mijn frustraties te ontvluchten. Ik vond het acceptabel, dacht er eigenlijk niet bij na, totdat ik zag dat ik echt een probleemdrinker was geworden. Het blowen kon ik niet met een actief leven combineren, dus daar stopte ik op een zeker moment mee, maar drinken was min of meer wel met werk te combineren. Maar wanneer ik ´s avonds thuis een film keek, onder het genot van alcohol, kon ik me de volgende dag vaak het einde van de film niet meer herinneren. En ook de katers waar ik soms twee dagen last van had waren reden om toch te gaan minderen. Tot twee keer toe heb ik dat geprobeerd. Toen beoefende ik nota bene al zen, maar ik vond niet dat zen en drank elkaar beten. 

Je kunt veel slechte dingen over drank zeggen. Dronken achter het stuur zitten is levensgevaarlijk. Je gaat ook niet dronken een huis kopen, of dronken naar een sollicitatiegesprek. Maar er zijn ook positieve effecten. Je durft meer. Je bent spontaner. Dronken iemand versieren komt vaak voor. Een vriend vertelde me over iemand die dronken op de fiets een aantrekkelijke man passeerde. Hij stopte, draaide om, sprak hem aan. Het gesprek mondde eerst uit in een one-night-stand en uiteindelijk in een huwelijk. 

Is het dan juist verkeerd om altijd nuchter te zijn? Het is toch lekker om je te laten meeslepen in een roes?

Huldiging Nederlands elftal EK Voetbal 1988. Foto: Rob Croes / Anefo

Ik moet denken aan sport, een WK of de Olympische spelen die een collectieve roes van enthousiasme kunnen opwekken. Dat is ook een vorm van beneveling. Wat is daar mis mee? Films, romans, gedichten, muziek. Allemaal meeslepende illusies zonder welke onze cultuur ondenkbaar zou zijn.

Ons streven is volkomen vrij van illusies te zijn. Hoe realistisch is dat? Of hoe wenselijk? Willen we dat eigenlijk wel? Willen we wel altijd nuchter zijn? Hebben we illusies niet ook nodig? Hoe heerlijk is het om verliefd te zijn…. Na een tijdje blijkt die illusie uitgewerkt. Maar had je het willen missen? 

Hoe zou een wereld zonder illusies eruitzien? Een wereld zonder glitter en glamour. Een wereld zonder verleidingen. Is dat niet heel saai? 

Maar de term ´verdovende middelen´ is ook veelzeggend. We willen pijn vermijden, zoeken verdoving. In dit verband kunnen we de vijfde gelofte ook op al die andere zaken toepassen, op alle glitter en glamour. We kunnen in van alles vluchten. We willen niet voelen. Na een zware dag op het werk, ruzie met collega´s, gaat het na een paar borrels een stuk beter. Feitelijk overtreden we tegelijk met de vijfde gelofte, ´geen verdovende middelen´ ook de eerste: ´niet doden.´ We doden een gevoel.

De eerste edele waarheid is dat er dukkha is. Ontevredenheid, onvoldaanheid, en allerlei andere vormen van pijn, verdriet, rusteloosheid. En die willen we weg hebben. Terwijl onze beoefening ons juist vraagt die onder ogen te zien, niet weg te drukken. Onszelf niet te veroordelen of af te wijzen. Het commentaarstemmetje niet langer te geloven; dat niet langer te voeden. Ik zou energieker, slimmer, mooier, gevatter, scherper, succesvoller moeten zijn… Of: het is schandelig hoe ik wordt behandeld, Ik zal hem terugpakken…

Het is zo. De frustratie, de pijn, het verdriet, de afkeer, de woede, het mag er zijn. Ik hoef niet weg te duiken achter een façade, of in de grond te verdwijnen, ik laat mezelf zien, zonder schaamte, zonder trots. Hier sta ik, gedragen door de aarde. Dat is oprecht en rechtop zijn. Ik mag er zijn, met alles dat er is. Ik hoef niks onder het kleed te vegen. Het is zo, ik neem de verantwoordelijkheid. Ik zorg ervoor. Ik hoef niks op te lossen. Ik zie het onder ogen, zonder er iets mee te doen. Ik zie hoe ik meegesleept wordt door een gedachte en stap meteen uit de trein van gedachtes en ga naar mijn adem. Ik neem de sensaties waar in mijn lichaam, en zie hoe ze veranderen. Ik handel niet naar mijn gevoel, ik vier het niet bot op een ander of mezelf, ik druk het niet weg en ik blijf er niet aan plakken. Ik zit rechtop in het oog van de orkaan.

In het zitten belichamen we dat. We zitten als een koning of koningin, waardig, zelfstandig. Niet gesteund door iets buiten ons. We zitten als een berg. Het is een houding waarin we niets nastreven, maar waarin alles volmaakt is zoals het is. Het is een grenzeloze ruimte waarin gedachtes, gevoelens, sensaties, opkomen en weer uitdoven.

Belangrijk is om te erkennen wat is. Dat te zien. Bij het ontvangen van de geloften erkennen we onze fouten met het volgende vers: 

Al het slechte karma dat ik ooit veroorzaakt heb door mijn 

begeerte, haat en onwetendheid die geen begin hebben,

ontstaan uit mijn daden, woorden en gedachten, belijd ik nu 

openlijk en ik louter mij geheel.

Nu kunnen we met een schone lei beginnen. Belangrijk bij het leven van de geloften is het besef dat we het niet zelf kunnen, maar dat we vertrouwen op iets dat groter is dan wij. We nemen toevlucht tot Boeddha, Dharma en Sangha. 

De eerste edele waarheid: er is dukkha. Dat werkelijk te zien omvat al de hele weg. Bij alle behandelingen is het erkennen van het probleem ook meteen het begin van een verandering. Het werkelijk te zien. Dat is een cruciale stap. Reb Andersen komt in zijn boek over de Bodhisattvageloftes Being upright met een mooi voorbeeld. Hij vertelt hoe bij de AA mensen zich als volgt aan elkaar voorstellen: Mijn naam is …….. en ik ben alcoholist. Waarom is dat belangrijk? Juist door onze strijd tegen onze verslavende impulsen op te geven, ze te erkennen en niet veroordelen, kan de geest thuiskomen op die vredige plek, een plek die er altijd is. 

thuiskomen

Belangrijk is te doorzien hoe we onszelf voor de gek houden. Vorige week zaterdag was ik in Havelte. Ik voelde me moe en verdrietig. Op de heenreis was de gedachte al door me heen geschoten: ´ik heb zin om me te bezatten´. Toen ik in eenmaal in Havelte was, had ik een onschuldige gedachte: ‘ ik ga chips halen bij de Albert Heijn.’ Vrijwel meteen zag ik dat dat een smoes was. Als ik op dat moment in de Albert Heijn zou gaan dan zou het niet bij chips blijven, maar zou er ook bier in het boodschappenmandje komen. Ik zag hoe sterk mijn verlangen was om te ontsnappen aan het gevoel. Tegelijk zag ik de gevolgen van het toegeven ervan, waardoor een alarmbel afging. Ik zag ineens hoe vaak ik in dit soort smoezen getrapt was, en dat ik dat niet meer wilde. Door dat zo duidelijk te zien, kon ik ontspannen. Ontstond er ruimte voor het gevoel. Het was OK. Strengheid en mededogen gingen hier samen. Strengheid heeft vaak een associatie met ´de zweep erover´. Schuld en boete. Maar hier was het geen zweep. Meer een vaste hand aan een teugel, een hand die de os van het zoete gras wegleidde. Een duidelijk ´nee´. Een´nee´ dat tegelijk ruimte gaf aan wat was. 

We kunnen ieder moment thuiskomen. Met elke stap die we zetten, met elke uitademing kunnen we ons bevrijden. We hoeven nergens naar toe. We komen al ieder moment aan. We zijn al boeddha. 

Wat zijn jouw verdovende middelen? Wat is jouw escape? Netflix? Social media? Troost-eten? 

Welke illusies koester jij nog?