Jolinda Daishin van Hoogdalem schrijft over haiku’s en andere Japanse poëzie. Zij schrijft zelf regelmatig gedichten, waaronder ook haiku’s. De natuur en zen zijn daarbij een grote inspiratiebron. In het dagelijks leven is Daishin acupuncturist en massagetherapeut. Sinds een aantal jaar geeft ze de Body&Mind weekenden op de Noorder Poort en begeleidt ze mensen in het Zenleven Thuis traject.

Haiku – Lente
Lente: zwerven vrij en blij
De komst van de lente is een geliefd onderwerp voor haiku-dichters.
Zag ik een bloesem
terugkeren naar zijn tak?
Het was een vlinder!
Arakida Moritake 1472-1549
Spinnenwebben:
regenboogglinsteringen
in de voorjaarszon.
Masaoka Shiki 1867-1902
Varentakken
draagt de jager met nieuwjaar
op zijn pijlen
Hij duwt de Noorderpoort open
en de lente begint
3e en 4e strofe uit het kettinggedicht (renga) Winterse bui
Het schrijven van een kettinggedicht was een populair gezelschapsspel onder dichters in de tijd van Basho (1644-1694). Een dichter schreef drie openingsregels en een tweede dichter schreef twee vervolg regels. Dan weer drie regels, etc. Zo groeide het gedicht. De laatste twee regels van dit gedicht worden toegeschreven aan Basho. Later werden de eerste drie regels een zelfstandige haiku.
Varens zijn oeroude planten die elk jaar terugkomen. In Japan symboliseren ze een nieuw begin en veerkracht. De Jager steekt ze op zijn pijlenkoker voor een voorspoedig nieuw jachtseizoen. De Noorderpoort is gericht op het noorden, daar waar de kou vandaan komt. Het is meestal de achterdeur. In de winter hou je die gesloten om de kou buiten te houden. Maar als de lente aanbreekt en de wind naar het warmere zuiden draait, kun je hem opengooien.


Basho wordt vaak opgevoerd als een zwervende zenmonnik, maar Jos Vos trekt dat in zijn Verzamelde Haiku’s van Matsuo Basho in twijfel. Basho zag zichzelf wel als zwerver, maar niet als monnik. Vos citeert hem: ‘Op zeker ogenblik was ik van plan in een klooster in te treden. Toch laat ik me doelloos zwerven als een wolkje in de wind en stop al mijn energie in het beschrijven van vogels en bloesems.’
Zwerven vrij en blij. Zo heet ook het eerste hoofdstuk van de geschriften van Zhuang Zhi, een bekende taoïstische zwerver uit China.
Diezelfde vrije geest vinden we niet alleen in de haiku’s van Basho, maar ook bij de ‘moderne’ Santoka Taneda (1882-1940). Het leven van Taneda was niet gemakkelijk en werd getekend door de zelfmoord van zijn moeder en broer. Het dreef hem in de handen van sake en een verlangen naar de dood. Hij werd van een suïcidepoging gered en naar een zenklooster gebracht. Daar werd hij zonder vragen of oordelen liefdevol opgenomen. Hij werd uiteindelijk monnik, unsui, waterwolk. Maar hij bleef niet in het klooster. Hij werd een zwervende monnik.
Sate dochira
E iko kaze ga fuke
En, welke weg zal ik gaan?
Daar waar de wind waait
Hij werd vrijer en vrijer:
Asa tsuyu
shiitore ikita
i ho en iku
Nat van morgendauw
ga ik in elke richting
waar ik zin in heb.
De gebeurtenissen onderweg zijn klein en eenvoudig, zoals dat gaat in een geest in stilte die verblijft bij dat wat er is.
Kasa e pottori
Tsubaki dataa
Oh, een camelia
stuiterde zomaar weg
van mijn monnikskleed
Als je meedoet aan de voorjaarstraining die eind mei op de Noorder Poort begint, zet de achterdeur dan wagenwijd open en laat de warme zuidenwind door je heen waaien. Vrij, zich nergens aan hechtend, nergens verblijvend. De lente is gekomen.

Bronnen:
Mountain Tasting, zenhaiku bij Santoku Taneda, introduction and translation by John Stevens, Wheater Hill, NY, 1982
Matsuo Basho, Verzamelde haiku’s, vertaald en van commentaar voorzien door Jos Vos, Atheneum 2023