Foto Larisa K

Over De weidse blik van Jan Klungers

door Myoko Suigen roshi

Een paar maanden geleden ontving de Noorder Poort een presentexemplaar van het boek De weidse blik – over het zorgen voor de geest, waarin zenleraar Jan Mukan Hogo Klungers roshi zijn ervaringen met en zijn visie op zen heeft neergelegd.1

Het boek is lezenswaardig en geeft blijk van een volwassen leraarschap met een sterk persoonlijke inslag. Het is wat rommelig van opzet, maar er is een rode draad die me trof: die weidse blik uit de titel.

Een citaat:

Ik ben in de Hekslootpolder tussen Haarlem en Spaarndam. Ik ben elf jaar oud. Het is volop voorjaar. Ik zit aan de rand van de sloot en volg aandachtig het leven in de sloot. Meerdere leeuweriken zingen om me heen. Overal zijn kieviten, grutto’s en tureluurs aan het roepen. En opeens ben ik er niet meer. Ik ben verdwenen! Helemaal weg! […] Ik ben opgelost in het geheel.

Er volgen nog meer van dergelijke ervaringen. Verderop in hetzelfde, autobiografische hoofdstuk schrijft hij:

Op een dag ontdekte ik dat de manier waarop ik kijk niet vanzelfsprekend is. […] Als jong kind was ik al idolaat van de natuur en met name van vogels. Zo had ik mezelf als vanzelf aangeleerd om altijd op te letten. Immers, elk moment kan er een bijzondere vogel voorbijkomen.

Jan Klungers verloor dus van jongs af aan zelden het contact met zijn omgeving en ging daar ook regelmatig totaal in op. Dat werd de grond van zijn zen-beoefening. Verderop in het boek geeft hij ook aanwijzingen die kunnen helpen bij het ontwikkelen van die weidse blik.

Wat mij zo trof (en wat hij zelf ook expliciet benoemt in het boek), is hoe verschillend de ene zenweg kan zijn van de andere, en hoe dat doorwerkt ook in een leraarschap.

Zelf was ik als kind niet erg gelukkig en loste dat op door vooral te leven in boeken en in fantasieën, alleen of samen met mijn iets oudere zus. Ik sloot me op in die gedachtewerelden en negeerde waar mogelijk de werkelijkheid.

Prabhasa Dharma zenji, bij wie ik mijn training begon, zei ooit in een voordracht dat mensen op twee manieren aan de zenweg beginnen: vanuit vertrouwen of vanuit ervaring. Bij mij was het duidelijk het eerste. Als jongvolwassene voelde ik vaag dat er iets mis was met de manier waarop ik in de wereld stond. Dat bracht mij uiteindelijk, na wat omzwervingen, op de zenweg. Maar eenheidservaringen had ik nooit gehad. Niet voor niets kreeg ik, toen ik geloftes nam, van Prabhasa Dharma de naam Dharma Saddha – vertrouwen in de Dharma.

Verdwijnen in een weide vol paardenbloemen, in een stapel tuinstoelen of in een langsrijdende, ronkende tractor – dat kwam pas nadat ik in sesshins soms in diepe meditatie terechtkwam, daar waar het benoemen en het denken is opgehouden. Eenheidservaringen waren bij mij een resultaat van meditatie, en niet een aanleiding om ermee te beginnen.

Bij Jan Klungers is dat precies omgekeerd – hij begon vanuit de ervaring, vanuit die weidse blik. In zijn boek miste ik soms die andere kant – de noodzaak om het licht ook naar binnen te laten schijnen. Maar alles bij elkaar vind ik zijn weidse blik inspirerend, juist ook omdat die kant bij mij minder goed is ontwikkeld.

  1. Jan Mukan Hogen Klungers roshi is oprichter van Zen in Salland en beoefent zen sinds 1972. Sinds 1992 is hij leerling van de Amsterdamse zenmeester Niko Tenko Tydeman roshi.
    In 1994 deed hij jukai (geloften) bij Soten Genpo roshi. In 2013 ontving hij de monnikenwijding van Niko Tydeman. Deze benoemde hem in 2017 tot leraar en in 2024 tot roshi. ↩︎