Jolinda Daishin van Hoogdalem schrijft over haiku’s en andere Japanse poëzie. Zij schrijft zelf regelmatig gedichten, waaronder ook haiku’s. De natuur en zen zijn daarbij een grote inspiratiebron. In het dagelijks leven is Daishin acupuncturist en massagetherapeut. Sinds een aantal jaar geeft ze de Body&Mind weekenden op de Noorder Poort en begeleidt ze mensen in het Zenleven Thuis traject.

Enko houtsnedes, ± 1679

Afscheid

Al lange tijd staat een bundeltje met Japanse haiku in mijn kast met een forse verzameling haiku, door zenmonniken en dichters aan de vooravond van hun overlijden geschreven. Wanneer ik het gekocht heb? Ik zou het niet meer weten. Maar nu de winter invalt is het een goede gelegenheid om er weer eens in te bladeren.

De Japanse traditie om een haiku achter te laten bij je heengaan wordt jisei genoemd: een vaarwel-gedicht. Het is een oude traditie die teruggaat tot de 7e eeuw, en die nog steeds levend is. We zien in jisei de gebruikelijke thema’s terug: natuur, kersenbloesem en dauw als beelden voor vergankelijkheid, de maan als symbool van verlichting.

Een paar voorbeelden.

De dichter Saiba stierf in 1858 op de vijftiende dag van de achtste maand, hij was toen eenenvijftig:

Ik schuif mijn kussen

dichter naar

de volle maan.

De dichter Kiba werd maar liefst negentig en schreef op zijn sterfbed:

Mijn oude lichaam:

een zwaar geworden dauwdruppel

hangend aan een blad.

Bokusui, waarvan niet meer bekend is dan zijn naam, stierf op 29 november 1914, veertig jaar oud:

Een afscheidswoord?

De smeltende sneeuw

is geurloos.

Haiku gaan heel vaak over vergankelijkheid. Dat is immers het leven in een notendop en niet iets wat we ons alleen op ons sterfbed realiseren. De bekende haikudichter Issa laat het je op subtiele wijze meebeleven:

In de herfstwind

houdt hij zich vast aan mijn mouw

een kleine vlinder

Haiku met zijn ritme van 5-7-5 lettergrepen in drie regels zijn afgeleid van de langere tanka die bestaan uit vijf regels met 5-7-5-7-7 lettergrepen. De monnik Enku (1632-1695) trok van tempel naar tempel door de bergen van Japan. Onderweg sneed hij boeddhafiguren van hout en schreef hij gedichten:

Van oudsher

tot vandaag de dag.

Als stormwinden razen

vallen de bloesems –

geef alles over aan de weg.

Alles is vergankelijk, dus waarom zouden we treuren als iemand ons ontvalt? We proeven een nuchtere, niet-gehechte houding in de vaarwel-gedichten van hen die op het punt staan het leven los te laten. Maar hoe het is voor de achterblijvers?

De negentiende-eeuwse non Rengetsu schreef: ‘De vergankelijkheid van deze wereld ervaar ik keer op keer, maar het moeilijkst is het voor de achterblijvers.’

Het laatste woord is aan Issa, die zijn dochtertje verloor:

Deze wereld van dauw

is een wereld van dauw

maar toch, maar toch…..

Literatuur:

Japanese Death Poems, Yoel Hoffmann, Charles E. Tuttle Company 1998

Issa, een druppel plukken, Henri Kerlen, Kairos 2002

In Heaven’s River, Poems and Carvings of Mountain-Monk Enko, Julian Daizan Skinner, Zenway press 2015